Werkplek en persoonlijke beschermingsmiddelen

 

Lichamelijke belasting

Belasting van het lichaam kan gezond zijn. Wanneer je het lichaam verkeerd belast wordt het ongezond. Denk aan rugproblemen, vingers die bekneld raken etc.

Til niet meer dan 23 kilo. Til met rechte rug en gebogen knieën. Til met twee handen voor het lichaam. Til niet al je zit. Til niet te hoog.

De werkgever is verplicht om rekening te houden met zware klussen. Er mag geen overbelasting plaats vinden. De werkgever moet daarom ook goede tilinstructies geven. De werkplek ergonomisch inrichten, gebruik tilhulpen juiste middelen verstrekken zoals handschoenen. Zorg verder voor voldoende pauzes en een niet te hoog werktempo. Zwangere vrouwen mogen geen zware belasting hebben in de laatste 3 maanden van hun zwangerschap.

 

Werken in dezelfde houding

Werken in dezelfde houding door bijvoorbeeld werk achter een computer veroorzaakt verminderde doorbloeding, spierpijn of chronische vermoeidheid.

Zorg voor optimale zithouding, ondersteuning van de bovenbenen, goede stand rug en ondersteuning van de schouders.

In sommige gevallen kan het beter zijn om staand te werken dan zittend!

 

Dynamische belasting

Veel bewegen veroorzaakt vermoeidheid, spierpijn of zelfs letsel.

 

Struikelen en vallen

Veel ongelukken worden veroorzaakt door struikelen of vallen. Zie rechts symbool voor gladde vloeren. Vallen en struikelen kan ontstaan door verschillende redenen. Denk aan gladde vloeren, gereedschap laten liggen of hoogte verschillen. Belangrijk is dus een opgeruimde en geordende werkplek. Denk ook aan het goed wegwerken van kabels. Gebruik goed schoeisel en volg de paden. Het onderste symbool geeft aan dat er een gevaarlijke trap is. Daarnaast is een goede arbeidstijdenregeling en niet te hoge werkdruk van belang.

 

Maatregelen struikelen en vallen

Neem maatregelen als er iemand is gevallen of gestruikeld: Markeer de onveilige plek, afzetten met paaltjes of kleurmarkeringen.

Gebruik ook hijswerktijd om verticaal (omhoog of omlaag) spullen te vervoeren. Volg de juiste paden en loop rustig. Denk ook aan het juiste schoeisel (profiel of zelf veiligheidsschoenen).

 

Lawaai

Door gebruik van machines en apparatuur ontstaat er lawaai. Dit zorg voor gevaren.

Communicatie problemen = Je kan niet meer overbrengen naar collega’s wat je wilt.

Verminderde concentratie = Vermoeidheid en hoofdpijn door lawaai.

Tijdelijke gehoorschade = Oorsuizen of fluiten. Je hoort minder goed.

Blijvende gehoorschade = Kapotte oorhaartjes en er is blijvende gehoorschade. Er ontstaan problemen met zachte geluiden of hoge tonen. Niet kunnen telefoneren.

 

Gehoorbescherming

Gebruik gehoorbescherming tegen lawaai om gehoorschade te voorkomen. Gebruik de volgende maatregelen:

Bron bestrijding = Vervang machine tegen machine met minder lawaai.

Afscherming bron = Plaats bijvoorbeeld een kast om de machine.

Blootstelling beperking = Als de vorige maatregelen niet mogelijk zijn. Beperk de duur van de blootstelling.

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) = Gebruik oordopjes of beschermkappen.

 

Trillen

Pneumatische apparaten, machines en installaties veroorzaken trillingen. Er kunnen gezondheidsklachten ontstaan zoals: pijn in handen en armen, beschadiging bloedvaten, gevoelloze vingertoppen en witte vingers. Verder mogelijk: maagklachten, rugklachten, vermoeidheid, hoofdpijn, spierpijn, verminderde concentratie en problemen met evenwichtsorgaan.

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)

Waarom PBM’s gebruiken bij VCA certificering?

1)      De bron kun je niet wegnemen 2) Isolatie of afscherming is niet mogelijk 3) geen andere oplossing.

Wat is een persoonlijk beschermingsmiddel?

Dit zijn middelen om een werknemer te schermen tegen één of meerdere gevaren die zijn welzijn of veiligheid kunnen bedreigen.

Een PBM moet een CE-keurmerk hebben. Een PBM moet de bescherming bieden, betrouwbaar en getest zijn.

 

Gehoorbescherming

Watten = eenmalig gebruik en tot 10 decibel.

Oordoppen en pluggen = Kunststof, verschillende maten en te gebruiken tussen 10 en 15 decibel.

Optoplastieken = Op maat gemaakt en geschikt tot meer dan 25 decibel. Er zit een verwisselbaar filter op.

Oordkappen = Sluit het hele oor af. Tot 25 decibel. Voordeel: je kunt een portofoon aansluiten.

 

Hoofdbescherming

Zie symbool rechts. Veiligheidshelm verplicht.

Dit beschermt tegen vallende delen of tegen vallen op de grond. Een helm gaat 3 tot 10 jaar mee. Op een bouwterrein is het dragen van een helm verplicht.

 

Bescherming van ogen

Veiligheidsbril = Beschermt tegen afspattende deeltjes zoals vonken of splinters.

Ruimzichtbril = Zelfde functie als veiligheidsbril maar dan goed afgesloten tegen stof. Denk aan boor, hak of slijp werkzaamheden waar stof vrij komt.

Gelaatsbescherming = Soms moet je je hele gezicht beschermen. Chemicaliën of andere stofen.

Lasbril of laskap = Voorkom lasogen met deze kap. Bij elektrisch lassen moet je het hele gezicht bescherming omdat er ultraviolette straling vrijkomt.

Contactlenzen = Geen bescherming! Gebruik de juiste BPM’s!

 

Ademhalingsbescherming

Bescherm de ademhaling. Zonder zuurstof kan een mens niet. Belangrijkste gevaren zijn:

Te lage zuurstofconcentratie = 21% zuurstof is nodig. Lager dan 19% moeten er maatregelen genomen worden.

Te hoge concentratie Dampen of gassen = Denk aan de grenswaarden per stof. Voorkom ook hinder van deze stoffen.

Bescherm jezelf met filtermasker, ademlucht of adembescherming.

Zie symbool rechts: ademhalingsbescherming verplicht.

 

Filtermasker

Filtermasker = Filtert de lucht. Niet bruikbaar bij lage zuurstofconcentratie.

Twee soorten: stoffilter of gas/dampfilter

Het filtermasker is daarom niet geschikt voor lage zuurstofconcentraties. Het filtermasker is verplicht indien schadelijke stoffen boven een bepaalde grenswaarde uitkomen.

Er zijn drie filters = Drie klassen P1) hinderlijke stof P2) schadelijke stof P3) giftige stof.

Filtermaskers = alleen voor stof en niet voor gassen of dampen.

 

Onafhankelijke ademhalingsbescherming

Onafhankelijke ademhalingsbescherming = Twee soorten: Schone verse lucht of aangevoerd via flessen.

Als de zuurstof minder is dan 19% moet je gebruik maken van onafhankelijke ademhalingsbescherming. Ook als je niet bekend bent met de concentratie gevaarlijke stoffen in een ruimte moet je onafhankelijke ademhalingsbescherming gebruiken.

Er kan gebruik gemaakt worden van een luchtkap die wordt gedragen met steun op de schouders. Daarnaast is er de volgelaatmasker die het hele gezicht (of hoofd) beschermen.

Voor je onafhankelijke adembescherming mag gebruiken moet je een examen afgelegd hebben bij een erkend centrum. Daarnaast moet je in goede lichamelijke conditie zijn.

 

Lichaamsbescherming

Overall = Een overall beschermd tegen vonken en tegen vuil

Beschermende kleding = Speciale beschermende kleding of hittewerende kleding. Of beschermende kleding tegen hitte of asbest.

Antistatische kleding = Te gebruiken in een explosieve omgeving. Voorkomt een ontstekingsbron.

 

Valbeveiliging

De voorkeur heeft het om leuningen, randhekken en vangnetten te gebruik. Ook kun je een harnasgordel gebruiken. (symbool rechts is valbescherming verplicht)

Valbeschermingsmiddel = harnas, valdemper, verbindingslijn en verankeringspunt.

–          De afstand van de verbindingslijn tot verankeringspunt is dusdanig kort dat je niet van de dakrand kan vallen.

–          Keur het materiaal minimaal 1 keer per jaar.

–          Na een val is herkeuring van het materiaal verplicht.

–          Houd het materiaal schoon.

–          Controleer voor gebruik op slijtage en rafels.

–          Zorg dat je het harnas goed aanpast (niet te groot is).

Na een val kan het zijn dat je lichaam bekneld raakt door je eigen lichaamsgewicht. Dit is gevaarlijk en kan binnen 10-20 bewusteloosheid of de dood tot gevolg hebben. Werken met twee man is daarom belangrijk. Valt de één dan kan de ander hulp halen.

 

Handbescherming

Snijbestendige handschoenen = Als je werkt met scherpe voorwerpen.

Isolerende handschoenen = Voor hitte of kou.

Kunststof of rubberen handschoenen = Werken met gevaarlijke stoffen.

Speciale handschoenen = werken met soorten straling.

Let op: Gebruik geen handschoenen in de buurt van draaiende delen (dan kan je blijven hangen).

Gebruik geen leren of stoffen handschoenen bij het werken met chemische stoffen.

 

Voetbescherming

Veiligheidsschoenen hebben een versterkte neus die beschermt tegen vallen van zware voorwerpen. De zool beschermt tegen scherpe voorwerpen en antislip tegen uitglijden.

In de bouw zijn veiligheidsschoenen met een versterkte neus en zool klasse 3 of 5 verplicht. Je moet veiligheidslaarzen gebruiken als er gevaarlijke stoffen zijn. En antistatische schoenen in explosieve gebieden.

Schoenen moet je goed onderhouden (invetten) en schoon houden.

 

Persoonlijke monitor

De persoonlijke monitor meet gassen. Denk aan waterstofsulfide (H2S), koolmonoxide (CO) of benzeen. Als de normen worden overschreden dan gaat er een alarm af. Deze monitor moet je boven je kleding op borsthoogte dragen.

Explosiemeter:

Ook methaan of LPG zijn gevaarlijk. Om dit te meten heb je een speciale explosiemeter nodig. Boven 10% van de LEL gaat een alarm af.

 

Maak een gratis VCA proefexamen!

 

 

 

https://www.ssvv-vca.nl/